ECLI:NL:RBDHA:2025:10219
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens kennelijke ongegrondheid en veilig land van herkomst
Eiser heeft op 27 maart 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag bij besluit van 25 april 2025 af als kennelijk ongegrond. Eiser stelde dat hij vanwege zijn adoptie en psychische problemen bescherming nodig had, maar verweerder vond dat deze motieven niet raken aan vluchtelingschap of ernstige schade. Tevens werd aangenomen dat Marokko een veilig land van herkomst is.
Eiser voerde in beroep aan dat verweerder ten onrechte de aanvraag als kennelijk ongegrond had afgewezen en dat er onvoldoende onderzoek was gedaan naar zijn psychische gesteldheid. Ook stelde hij dat de situatie van geadopteerde kinderen niet adequaat was meegewogen en dat hij onvoldoende gelegenheid had gehad zich uit te drukken vanwege vreemdelingendetentie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag had afgewezen. De psychische problemen van eiser waren niet aannemelijk gemaakt met documenten en hij weigerde hierover te verklaren. Verweerder hoefde daarom geen nader onderzoek te verrichten. De algemene informatie over kwetsbaarheid van geadopteerden was niet specifiek op eiser van toepassing. Bovendien was Marokko een veilig land van herkomst en had eiser geen ondersteunend netwerk dat hem bescherming zou bieden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter J. Holleman op 11 juni 2025.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag af en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.