ECLI:NL:RBDHA:2025:10231

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 juni 2025
Publicatiedatum
12 juni 2025
Zaaknummer
AWB 24/19714
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsdocument EU/EER

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker, die een aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER had ingediend. De minister van Asiel en Migratie had deze aanvraag op 4 juni 2024 afgewezen en het bezwaar van verzoeker op 7 november 2024 eveneens afgewezen. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 19 mei 2025. Vervolgens is op 12 juni 2025 uitspraak gedaan over het verzoek om voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wees het verzoek af omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter V.A.G. van Dijk en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/19714

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 juni 2025 in de zaak tussen

[naam] , verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. N.B. Swart),
en

de minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: mr. I. van Es).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker hangende het beroep tegen de afwijzing van zijn aanvraag om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER. [1]
1.1.
De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 4 juni 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 7 november 2024 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep [2] , op 19 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 24/19713, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.P. Kuiters, griffier, op 12 juni 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000
2.AWB 24/19713