ECLI:NL:RBDHA:2025:10231
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsdocument EU/EER
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker, die een aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER had ingediend. De minister van Asiel en Migratie had deze aanvraag op 4 juni 2024 afgewezen en het bezwaar van verzoeker op 7 november 2024 eveneens afgewezen. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 19 mei 2025. Vervolgens is op 12 juni 2025 uitspraak gedaan over het verzoek om voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wees het verzoek af omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter V.A.G. van Dijk en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan op het beroep.