ECLI:NL:RBDHA:2025:10245
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunningaanvraag
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de verantwoordelijkheid van Kroatië voor de behandeling van de aanvraag.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 20 mei 2025, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en tolk. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Naar aanleiding van de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.12252) is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter H. de Ruijter en griffier J. Dijkstra op 12 juni 2025 en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.