ECLI:NL:RBDHA:2025:10250
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen op grond van de verantwoordelijkheid van Kroatië voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 20 mei 2025 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet zijn verschenen, maar de gemachtigde van de minister wel.
De voorzieningenrechter oordeelt dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL25.14689) reeds is behandeld en daar uitspraak op is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, en de uitspraak is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.