Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen bij besluit van 9 januari 2025. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht daarnaast om een voorlopige voorziening.
De minister heeft op 6 mei 2025 een beslissing genomen op het bezwaar. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden verzocht zolang bezwaar of beroep aanhangig is. Nu het bezwaar is afgehandeld en verzoeker geen beroep heeft ingesteld binnen de daarvoor geldende termijn, is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 10 juni 2025 door de voorzieningenrechter, die het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaart en geen rechtsmiddel toelaat.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat bezwaar is afgehandeld en geen beroep is ingesteld.