ECLI:NL:RBDHA:2025:10285

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 juni 2025
Publicatiedatum
13 juni 2025
Zaaknummer
NL25.24548
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59b Vw 2000Art. 96 lid 3 Vw 2000Art. 8.5 Procesreglement bestuursrecht rechtbanken
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder gegronde redenen

De minister van Asiel en Migratie heeft op 3 maart 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank had de rechtmatigheid van deze maatregel reeds beoordeeld in een uitspraak van 2 mei 2025, waarbij de maatregel tot dat moment als rechtmatig werd aangemerkt.

In deze procedure toetst de rechtbank of de maatregel sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 29 april 2025 nog steeds rechtmatig is. De minister voegde op 3 juni 2025 een voortgangsrapportage toe, waarop eiser niet binnen de gestelde termijn reageerde. De rechtbank besloot daarop het onderzoek zonder zitting te sluiten.

Na ambtshalve toetsing concludeert de rechtbank dat er geen nieuwe gronden zijn om de maatregel onrechtmatig te achten. De verlenging van de maatregel tot 8 juli 2025 is eveneens correct verlopen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt zij het voortduren van de maatregel van bewaring.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.24548

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. J.E. Groenenberg),
en

de minister van Asiel en Migratie,

Procesverloop

De minister heeft op 3 maart 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld.
De minister heeft op 3 juni 2025 een voortgangsrapportage (M120) aan het dossier toegevoegd. Eiser heeft hier niet binnen de door de rechtbank gegeven termijn op gereageerd.
De rechtbank heeft op 6 juni 2025 bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan. [1]
2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 2 mei 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. [2] Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek (op 29 april 2025) rechtmatig is.
Heeft eiser tijdig gereageerd op de voortgangsrapportage?
3. De rechtbank heeft de minister op 2 juni 2025 verzocht om binnen 3 werkdagen de voortgangsrapportage (M120) aan het dossier toe te voegen en vervolgens aan eiser meegedeeld dat hij na ontvangst van die inlichtingen uiterlijk binnen 2 werkdagen hierop kan reageren. [3]
3.1.
De minister heeft op 3 juni 2025 de voortgangsrapportage (M120) aan het dossier toegevoegd. Eiser had uiterlijk tot 5 juni 2025 de tijd om hierop te reageren. Omdat eiser niet heeft gereageerd heeft de rechtbank het onderzoek op 6 juni 2025 gesloten.
Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?4. De rechtbank ziet in de door de minister verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregelen niet is voldaan. [4] Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat uit de uitspraak van de rechtbank van 2 mei 2025 volgt dat de maatregel van bewaring op 8 april 2025 op de juiste wijze is verlengd tot 8 juli 2025. [5]

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van S. Voolstra, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Dat staat in artikel 96, derde lid, van de Vw 2000.
2.Rb Den Haag (zp Arnhem), 2 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025.
3.Dit volgt uit artikel 8.5 van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken.
4.Vergelijk ABRvS 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829.
5.Rb Den Haag (zp Arnhem), 2 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025, r.o. 2.1.