Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
blijvendniet gehoord kan worden over zijn asielmotieven. Naar aanleiding daarvan heeft verweerder op 16 juni 2021 aangegeven te willen onderzoeken welke andere mogelijkheden er zijn voor informatievergaring. Daarbij is aan eiser een vragenlijst ten behoeve van het opstellen van een IAB verzonden. Op 3 november 2021 is schriftelijk en telefonisch gerappelleerd. Vervolgens heeft verweerder de brief van 22 maart 2022 verzonden, waarin staat vermeld dat de in die brief genoemde vormen van alternatieve informatiegaring niet mogelijk zijn. Op 5 april 2022 heeft eiser schriftelijk bevestigd dat, behoudens het opstellen van een IAB, andere alternatieve vormen van informatievergaring niet in aanmerking komen, dat er geen familieleden zijn die op de hoogte zijn van zijn relaas en dat er reeds gebruik is gemaakt van de mogelijkheid om het relaas op schrift te stellen. De stelling van eiser in beroep dat verweerder had moeten bezien of nadere vraagstelling mogelijk was naar aanleiding van het geschreven relaas en dat verweerder een onvoldoende actieve houding heeft gehad, volgt de rechtbank dan ook niet. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met eisers persoonlijke (medische) omstandigheden en zijn referentiekader. Na verweerders onderzoek naar andere vormen van informatievergaring, zoals hiervoor beschreven, heeft verweerder uiteindelijk een IAB verkregen en de daaruit verkregen informatie betrokken bij haar beoordeling van de asielaanvraag van eiser. Anders dan eiser heeft betoogd, heeft verweerder daarom al het nodige gedaan om eisers asielmotieven te achterhalen alvorens een beslissing te nemen op de aanvraag.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond.
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814 (achttienhonderdveertien euro).