ECLI:NL:RBDHA:2025:10315
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië tijdens besluitmoratorium
Eiseres, afkomstig uit Syrië, diende op 8 november 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie moest binnen zes maanden beslissen, maar sinds 27 januari 2023 geldt het besluit WBV 2023/3, waardoor de beslistermijn voor asielaanvragen van Syriërs is verlengd met negen maanden. Bovendien is vanaf 14 december 2024 een besluit- en vertrekmoratorium van kracht voor Syrië, dat de beslistermijn verlengt tot maximaal 21 maanden.
Eiseres stelde de minister op 17 februari 2025 in gebreke wegens het uitblijven van een beslissing, waarna zij op 6 maart 2025 beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt echter dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de verlengde beslistermijn door het moratorium nog niet was verstreken op het moment van de ingebrekestelling.
Daarom is niet voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor het indienen van het beroep, waardoor het beroep kennelijk niet-ontvankelijk wordt verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier D.C. van de Mortel op 29 april 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling tijdens het besluitmoratorium.