Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 9 augustus 2024 waarbij de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van verzoeker om een verblijfsdocument EU/EER heeft afgewezen. De aanvraag betrof verblijf op basis van een afhankelijkheidsrelatie bij de broer van verzoeker.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.33230), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Het verzoek om een voorlopige voorziening is daarom afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is geanonimiseerd gepubliceerd en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak op dezelfde dag is behandeld.