ECLI:NL:RBDHA:2025:10329
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 14 april 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling, gebaseerd op de Dublinverordening en Eurodac-gegevens die een eerdere asielaanvraag in Duitsland op 4 september 2015 aantonen.
Eiser stelde dat hij tijdens het gehoor op 27 april 2025, dat werd afgenomen door een vrouwelijke gehoormedewerker, niet al zijn bezwaren kon uiten omdat hij bezwaar had tegen de vrouwelijke samenstelling van het gehoor. De rechtbank oordeelde dat eiser zijn bezwaren wel degelijk heeft geuit tijdens het gehoor en dat hij de mogelijkheid had om aanvullingen en correcties in te dienen, wat niet is gebeurd.
Verder is vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is en dat Nederland mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij geen aanwijzingen zijn dat de Duitse autoriteiten niet in staat zijn om eiser te helpen. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.