ECLI:NL:RBDHA:2025:10338
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Denemarken verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. De voorzieningenrechter stelt vast dat op dezelfde dag een uitspraak is gedaan in de hoofdzaak waarop dit verzoek betrekking heeft.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak is een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen.