ECLI:NL:RBDHA:2025:1034
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning
Verzoeker, een Nigeriaanse nationaliteit dragende persoon, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag op 28 november 2024 niet-ontvankelijk. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 28 januari 2025. Verzoeker en diens gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting, terwijl de minister zich liet vertegenwoordigen. Tijdens de mondelinge uitspraak werd vastgesteld dat de beroepszaak reeds was behandeld, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig was.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de beroepszaak reeds is behandeld.