ECLI:NL:RBDHA:2025:10342
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting Nigeria
De minister heeft op 6 april 2025 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en tevens om schadevergoeding verzocht. De rechtbank heeft het beroep op 6 juni 2025 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.
De rechtbank toetst of het voortduren van de maatregel sinds het sluiten van het onderzoek in de voorgaande zaak op 18 april 2025 rechtmatig is. Eiser stelt dat de minister onvoldoende voortvarend handelt en dat er geen zicht is op uitzetting, mede omdat Nigeria niet zou meewerken aan zijn terugkeer. De rechtbank constateert echter dat de minister meerdere stappen heeft ondernomen, waaronder rappelleren op de laissez-passer aanvraag, vertrekgesprekken en presentatie bij de Nigeriaanse autoriteiten, waarbij zijn nationaliteit is bevestigd.
De rechtbank oordeelt dat er voldoende voortvarendheid is betracht en dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn aanwezig is. Er is geen aanleiding om een lichter middel dan bewaring toe te passen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.