ECLI:NL:RBDHA:2025:10346
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak
De zaak betreft een bestuursrechtelijk geschil tussen een verzoeker en de minister van Asiel en Migratie over een besluit van 19 juli 2024 waarbij een bezwaar van verzoeker ongegrond werd verklaard. Verzoeker stelde beroep in tegen dit bestreden besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
Op 1 mei 2025 vond de zitting plaats waarbij verzoeker en zijn waarnemer aanwezig waren, maar de minister door treinvertraging niet tijdig aanwezig kon zijn. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde beroepszaak (AWB 24/12974).
Op 20 mei 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.