Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker had een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De minister heeft op 22 april 2025 op het bezwaar beslist, waardoor er geen bezwaar meer aanhangig was op het moment van het verzoek om de voorlopige voorziening. Verzoeker heeft geen beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar binnen de daarvoor gestelde termijn.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek om een voorlopige voorziening daarom niet-ontvankelijk is, omdat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening alleen kan worden gevraagd zolang bezwaar of beroep aanhangig is. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.