Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit. Vervolgens heeft de minister op 7 april 2025 op het bezwaar beslist.
Verzoeker heeft daarna een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter beoordeelt dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een voorlopige voorziening alleen kan worden verzocht zolang bezwaar of beroep aanhangig is.
Omdat het bezwaar inmiddels is afgehandeld en verzoeker geen beroep heeft ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn, is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek dan ook niet-ontvankelijk en sluit daarmee de procedure af.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat bezwaar is afgehandeld en geen beroep is ingesteld.