Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen bij besluit van 9 januari 2025. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Na beslissing op bezwaar op 1 mei 2025 door verweerder, is het bezwaar niet langer aanhangig. Verzoeker heeft geen beroep ingesteld binnen de daarvoor geldende termijn. Volgens artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een voorlopige voorziening alleen worden gevraagd zolang bezwaar of beroep aanhangig is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek om een voorlopige voorziening daarom niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat bezwaar is afgehandeld en geen beroep is ingesteld.