ECLI:NL:RBDHA:2025:10354
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring en afwijzing schadevergoeding
De minister van Asiel en Migratie legde op 16 april 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 7 mei 2025 beoordeeld en richt zich nu op de periode daarna.
Eiser betoogde dat de minister onvoldoende voortvarend handelde bij zijn uitzetting, met name omdat rappels aan de Algerijnse autoriteiten te algemeen waren en eiser zijn rechtsmiddelen tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag al ruim een maand geleden had ingetrokken. De rechtbank concludeerde op basis van het voortgangsrapport dat de minister op 21 mei 2025 een rappel heeft verzonden en op 26 mei 2025 een vertrekgesprek heeft gevoerd, waarmee voldoende voortvarendheid is aangetoond.
De rechtbank overwoog verder dat het lp-traject bij de Algerijnse autoriteiten doorgaans tijd kost, zeker wanneer de vreemdeling geen documenten overlegt of niet meewerkt aan terugkeer. Ook ambtshalve toetsing van de rechtmatigheid van de maatregel bracht geen onrechtmatigheid aan het licht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.