ECLI:NL:RBDHA:2025:10385
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Iraanse vreemdeling wegens ongeloofwaardig asielrelaas en gebruik vals paspoort
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 20 januari 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag op 17 januari 2025 af als kennelijk ongegrond, onder meer vanwege het gebruik van een vervalst paspoort en onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas.
Eiser stelde dat hij vanwege conflicten met een vriend die als informant voor de inlichtingendienst werkt, en vanwege zijn afvalligheid van de islam, vreest voor vervolging en ernstige schade bij terugkeer naar Iran. De rechtbank oordeelde dat het asielrelaas op deze punten onvoldoende aannemelijk was gemaakt. De verklaringen van eiser waren onsamenhangend en niet ondersteund door documenten. Daarnaast was het onwaarschijnlijk dat eiser zijn politieke opvattingen aan een vermeende informant had toevertrouwd.
De rechtbank verwierp ook de stelling dat deelname aan demonstraties een zelfstandig asielmotief vormde. Verweerder had de geloofwaardigheidstoets zorgvuldig toegepast en had niet in strijd gehandeld met Europese richtlijnen of wetgeving. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Tegen eiser is een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar uitgevaardigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.