Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een bestuursrechtelijk geschil over de verantwoordelijkheid voor de behandeling van een asielaanvraag. De minister van Asiel en Migratie heeft op 12 december 2024 besloten de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank heeft in een gelijktijdige uitspraak het beroep ongegrond verklaard, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening is komen te vervallen. Op basis hiervan heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 27 januari 2025 en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.