ECLI:NL:RBDHA:2025:10424
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie besloot op 26 maart 2025 de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek zonder zitting en stelde vast dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak had gedaan op het hoofdberoep.
Gezien deze uitspraak achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank al uitspraak heeft gedaan op het beroep.