ECLI:NL:RBDHA:2025:10459
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens motiveringsgebrek bij terugvordering opleidingskosten defensie
Eiser, voormalig militair, werd geconfronteerd met een terugvordering van opleidingskosten van €17.508,30 nadat hij binnen zeven jaar na afronding van een opleiding op eigen verzoek ontslag had genomen. Verweerder had dit bedrag verminderd tot €10.838,47 op grond van billijkheid.
Eiser voerde aan dat er geen duidelijke terugbetalingsverplichting was afgesproken en dat zijn ontslag het gevolg was van druk als klokkenluider, waardoor terugvordering onterecht was. Daarnaast stelde hij dat de redelijke termijn voor de behandeling van zijn bezwaar was overschreden.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit niet voldoende was gemotiveerd, mede door tegenstrijdigheden in de stukken over de terugbetalingstermijn en het ontbreken van een eenduidige grondslag. Hierdoor kon de rechtbank niet vaststellen of en in welke omvang een terugvordering gerechtvaardigd was. Tevens werd de redelijke termijn overschreden, waardoor eiser recht had op een schadevergoeding.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf verweerder zes weken om een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de uitspraak. Verweerder werd tevens veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot terugvordering van opleidingskosten wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek.