Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke op 5 oktober 2024 door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit. Vervolgens heeft hij een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De minister heeft op 19 december 2024 het bezwaar behandeld en een besluit genomen. Omdat het bezwaar is afgehandeld en verzoeker geen beroep heeft ingesteld binnen de daarvoor geldende termijn, is er geen bezwaar of beroep meer aanhangig. Hierdoor kan op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht geen voorlopige voorziening meer worden verzocht.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening dan ook niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar is afgehandeld en geen beroep is ingesteld.