Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen bij besluit van 9 januari 2025. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit. Vervolgens heeft hij een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De minister heeft bij besluit van 14 april 2025 het bezwaar afgehandeld. Omdat het bezwaar nu is afgehandeld en verzoeker geen beroep heeft ingesteld binnen de daarvoor geldende termijn, is het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Dit volgt uit artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat bepaalt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden gevraagd zolang bezwaar of beroep aanhangig is.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld en verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar is afgehandeld en geen beroep is ingesteld.