Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke op 13 januari 2025 door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar. Op 15 april 2025 heeft de minister het bezwaar inhoudelijk behandeld en een beslissing genomen.
Verzoeker heeft vervolgens bij de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening verzocht. De voorzieningenrechter beoordeelt dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening alleen kan worden gevraagd zolang bezwaar of beroep aanhangig is. Nu het bezwaar is afgehandeld en verzoeker geen beroep heeft ingesteld binnen de daarvoor geldende termijn, is het verzoek niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.