Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De minister heeft op 25 maart 2025 het bezwaar inhoudelijk behandeld en besloten. Omdat het bezwaar inmiddels is afgehandeld en verzoeker geen beroep heeft ingesteld binnen de daarvoor geldende termijn, is er geen bezwaar of beroep meer aanhangig.
Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een voorlopige voorziening alleen worden gevraagd zolang bezwaar of beroep aanhangig is. Het verzoek om een voorlopige voorziening is daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld en geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar is afgehandeld en geen beroep is ingesteld.