Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:10492

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juni 2025
Publicatiedatum
17 juni 2025
Zaaknummer
AWB 24-19752
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening inzake niet in behandeling nemen verblijfsvergunning afgewezen

Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen. Tegen dit primaire besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt. Nadat de minister op 10 april 2025 op het bezwaar heeft beslist, heeft verzoekster een voorlopige voorziening verzocht bij de voorzieningenrechter.

De voorzieningenrechter beoordeelt dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een voorlopige voorziening alleen kan worden verzocht zolang bezwaar of beroep aanhangig is. Nu het bezwaar is afgehandeld en verzoekster geen beroep heeft ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn, is er geen bezwaar of beroep meer aanhangig.

Verder is geen toepassing mogelijk van artikel 8:81, vijfde lid, Awb, dat een verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar kan aanmerken als een verzoek om voorlopige voorziening hangende beroep. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen bezwaar of beroep meer aanhangig is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 24/19752

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster,

V-nummer: [V-nummer]
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 31 oktober 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Daarnaast heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 10 april 2025 heeft verweerder op het bezwaar beslist.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb kan een voorlopige voorziening alleen worden verzocht zolang er bezwaar of beroep aanhangig is.
2. Aangezien verweerder inmiddels op het bezwaar heeft beslist, is er geen bezwaar meer aanhangig. Gebleken is dat verzoekster geen beroep heeft ingesteld tegen deze beslissing op bezwaar, terwijl de termijn daarvoor inmiddels is verlopen, zodat geen toepassing kan worden gegeven aan artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb (het aanmerken van een verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar als een verzoek om voorlopige voorziening hangende beroep).
3. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 10 juni 2025 door mr. A.J. de Danschutter, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.