Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, is op 2 juni 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet vanwege risico op onttrekking aan toezicht en belemmering van uitzetting. Eiser betwistte enkele zware gronden, met name dat hij onrechtmatig Nederland zou zijn binnengekomen en dat verweerder onvoldoende onderzoek zou hebben gedaan naar een mogelijk afgeleid verblijfsrecht via zijn familie in Frankrijk.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende onderzoek heeft gedaan en dat eiser geen concrete gegevens kon verstrekken over zijn partner en kind in Frankrijk. De zware gronden zijn feitelijk juist en voldoende onderbouwd. De rechtbank laat de maatregel van bewaring in stand en wijst het beroep ongegrond.
Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.