ECLI:NL:RBDHA:2025:10521

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juni 2025
Publicatiedatum
17 juni 2025
Zaaknummer
NL25.25547
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59b VwArt. 96 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenprocedure ongegrond verklaard

Eiser, een Letse nationaliteit dragende vreemdeling, is sinds 6 april 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, onder b, c en d van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek op 16 april 2025. Eiser stelde dat zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk was verklaard en dat de grondslag van de bewaring daarom gewijzigd had moeten worden. De rechtbank oordeelt echter dat de maatregel rechtmatig blijft op basis van artikel 59b, eerste lid, onder c, omdat de asielaanvraag louter was ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit te vertragen.

De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.25547

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. E. Stap),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. G.T. Cambier).

Procesverloop

Verweerder heeft op 6 april 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, eerste lid, aanhef en onder b, c en d, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
De rechtbank heeft het beroepschrift van 8 juni 2025 aangemerkt als een beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. [2] Daarbij heeft eiser verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft zich akkoord verklaard met schriftelijke afdoening van het beroep. Eiser heeft op bij het beroepschrift op 8 juni 2025 de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft op 16 juni 2025 een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft op 17 juni 2025 het
onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1995 en de Letse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. [3] Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep op 16 april 2025.
4. Eiser stelt in beroep dat zijn asielaanvraag op of omstreeks 13 april 2025 niet-ontvankelijk is verklaard. Na dit besluit had de grondslag van de bewaring omgezet moeten worden. Eiser meent dat thans geen rechtsgeldige titel aanwezig is op grond waarvan hij in bewaring is gesteld. Hij stelt dat de maatregel van bewaring opgeheven dient te worden en dat hij echt heeft op schadevergoeding per 16 april 2025.
5. De maatregel van bewaring is mede gebaseerd op artikel 59b, eerste lid, onder c, van de Vw. Deze grondslag wordt toegepast wanneer een vreemdeling een asielaanvraag indient terwijl hij in bewaring werd gehouden in het kader van een terugkeerprocedure uit hoofde van de Terugkeerrichtlijn, reeds de mogelijkheid van toegang tot de asielprocedure heeft gehad en op redelijke gronden aangenomen kan worden dat de aanvraag van betrokkene louter is ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen. Bij beschikking van 27 april 2025 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Zijn asielmotieven worden niet geloofwaardig of voldoende zwaarwegend geacht. Daarbij heeft verweerder overwogen dat de bewaring op grond van artikel 59b, derde lid, van de Vw wordt verlengd, omdat eiser zijn asielaanvraag alleen heeft ingediend om zijn uitzetting te voorkomen of te vertragen. Eiser had zijn asielmotieven namelijk ook eerder naar voren kunnen brengen. Daarnaast weegt mee dat hij op 17 februari 2023 al een inreisverbod heeft gekregen.
6. De rechtbank is van oordeel dat de maatregel nog altijd gebaseerd mag worden op artikel 59b, eerste lid, onder c, van de Vw. Eiser wordt dan ook niet gevolgd in zijn stelling dat de grondslag van de maatregel van bewaring omgezet moest worden.
7. Tot slot leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 17 juni 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Op 7 april 2025 is voor de eerste maal beroep ingesteld tegen de maatregel van bewaring, zaaknummer NL25.16086. De rechtbank heeft op 22 april 2025 uitspraak gedaan op dit beroep, ECLI:NL:RBDHA:2025:6707.
3.Zie de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 22 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:6707.