Verzoeker verkeert in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €39.800,57 bij zestien schuldeisers. Hij deed een voorstel tot schuldregeling waarbij een deel van de vorderingen ineens wordt betaald en het restant wordt kwijtgescholden. Vier schuldeisers, waaronder de gemeente Den Haag en twee tankstations, stemden niet in met het voorstel.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek tot oplegging van een dwangakkoord onvoldoende is gemotiveerd. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat de niet-instemmende schuldeisers in redelijkheid niet tot weigering konden komen, mede gezien de aard van de vorderingen, waaronder ontvreemding van brandstof en misbruik van bedrijfskrediet. Ook is onvoldoende duidelijk dat het voorstel het maximaal haalbare is, aangezien niet is vastgesteld dat verzoeker blijvend arbeidsongeschikt is.
Gezien het gewicht van de belangen van de niet-instemmende schuldeisers en de onvoldoende onderbouwing van het voorstel, wijst de rechtbank het verzoek af. Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt in een apart vonnis behandeld.