Verzoekers, wonende met hun drie minderjarige kinderen in een woning van Stichting Staedion, verzochten de rechtbank om een voorlopige voorziening die de ontruiming van hun woning zou verbieden. De ontruiming stond gepland op 5 juni 2025, maar verzoekers hebben een minnelijk traject schuldenhulpverlening ingezet en ook een WSNP-verzoek ingediend.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van een bedreigende situatie door de dreigende ontruiming, en dat het minnelijk traject is gestart. Verzoekers hebben een stabiel inkomen, met een netto maandsalaris van ruim €3.500 en een eigen onderneming, en verzoekster solliciteert actief. Tevens is budgetbeheer vanuit de gemeente Den Haag aangevraagd om de vaste lasten, waaronder de huur, te waarborgen.
Gezien deze omstandigheden weegt het belang van verzoekers om in hun woning te blijven zwaarder dan het belang van verweerster om de vordering te incasseren. De voorlopige voorziening wordt daarom toegekend voor drie maanden, onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. De rechtbank bepaalt dat uiterlijk vier weken voor het einde van deze termijn een verslag van de schuldhulpverlener wordt uitgebracht, waarna de behandeling van het WSNP-verzoek kan plaatsvinden.
De gemachtigde van verweerster was niet verschenen en heeft geen schriftelijk standpunt ingenomen. De voorziening geldt totdat het WSNP-verzoek in kracht van gewijsde is gegaan of is ingetrokken.