ECLI:NL:RBDHA:2025:10544
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en kennelijk ongegrondverklaring
Eiser, een Turkse nationaliteit, diende in maart 2025 een asielaanvraag in in Nederland, gebaseerd op een incident waarbij een familielid van hem een moord pleegde in Turkije, waarna hij en zijn familie werden belaagd. Hij vreesde voor zijn veiligheid bij terugkeer. Verweerder vond de identiteit van eiser geloofwaardig, maar achtte zijn problemen als gevolg van het steekincident ongeloofwaardig vanwege tegenstrijdigheden, late indiening en onvoldoende onderbouwing met documenten.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd en dat de late indiening logisch was vanwege dreigende uitzetting. Ook betwistte hij de stelling over inconsequente verklaringen en leverde aanvullende documenten aan. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht de aanvraag als ongeloofwaardig en kennelijk ongegrond heeft beoordeeld. De late indiening kon niet worden gerechtvaardigd en de overgelegde stukken waren onvoldoende en tegenstrijdig.
De rechtbank concludeerde dat eiser zijn asielrelaas niet aannemelijk heeft gemaakt en dat de aanvraag kennelijk ongegrond mocht worden verklaard, mede omdat eiser de aanvraag enkel indiende om uitzetting te voorkomen. Het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen. Proceskostenvergoeding is niet toegekend.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en verklaart de asielaanvraag kennelijk ongegrond.