ECLI:NL:RBDHA:2025:10562
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in belastingzaak wegens ontbreken vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een belastingzaak, omdat diens afwijzing van een verzoek tot aanhouding van de zaak wegens het ontbreken van advocaatbijstand volgens verzoeker het recht op een eerlijk proces zou schenden.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en geoordeeld dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij bijzondere omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid opleveren. Een procedurele beslissing, zoals de afwijzing van een verzoek tot aanhouding, vormt in beginsel geen grond voor wraking.
De kamer constateerde dat verzoeker ruimschoots tijd had om een advocaat in te schakelen voor de zitting en dat de afwijzing van het verzoek niet onbegrijpelijk was. Er was geen aanwijzing dat de beslissing door vooringenomenheid was ingegeven.
Daarom is het wrakingsverzoek afgewezen en wordt de procedure in de hoofdzaak voortgezet zoals die was ten tijde van het verzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.