ECLI:NL:RBDHA:2025:107

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 januari 2025
Publicatiedatum
7 januari 2025
Zaaknummer
NL24.41552
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 4:17 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen te vroeg ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen machtiging tot voorlopig verblijf

Eisers hebben op 10 april 2024 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Na uitblijven van een besluit hebben zij op 10 oktober 2024 de minister schriftelijk in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen. De minister ontving deze ingebrekestelling op 11 oktober 2024.

Volgens artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit pas worden ingediend nadat twee weken zijn verstreken na ontvangst van de ingebrekestelling. De termijn van twee weken begon op 12 oktober 2024 en liep af op 27 oktober 2024. Eisers dienden echter hun beroepschrift al op 23 oktober 2024 in, waardoor het beroep te vroeg was ingediend.

De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom niet voldoet aan de wettelijke vereisten en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier T.H. Bos, zonder zitting, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag mvv is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg is ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.41552

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , V-nummer: [nummer] ,

[naam] , V-nummer: [nummer] ,

[naam] , V-nummer: [nummer] ,

[naam] , V-nummer: [nummer] ,

[naam] , V-nummer: [nummer] ,

gezamenlijk: eisers,
(gemachtigde: mr. T.M. van der Wal),
en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eisers tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van 10 april 2024 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) in het kader van nareis.
2. Bij brief van 10 oktober 2024, ontvangen door verweerder op 11 oktober 2024 hebben eisers verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op hun aanvraag. Eisers hebben vervolgens op 23 oktober 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
3.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt. Partijen hebben hier mee ingestemd, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten en het beroep dus niet behandeld op een zitting.

Overwegingen

4. Eisers hebben verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eisers hoeven dus geen griffierecht te betalen.
5. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
6. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
7.
De rechtbank overweegt dat eisers bij brief van 10 oktober 2024, welke op 11 oktober 2024 door de minister is ontvangen, de minister in gebreke hebben gesteld wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op de aanvraag van 10 april 2024. Op grond van artikel 4:17, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vangt de in artikel 6:12, tweede lid, Awb bedoelde termijn van twee weken aan op de dag volgend op de ontvangst van de ingebrekestelling, in dit geval op 12 oktober 2024. De termijn voor het nemen van een beslissing is derhalve verstreken met ingang van 27 oktober 2024. Eisers hebben het beroepschrift echter op 23 oktober 2024 ingediend.
8. Gezien het vorenstaande oordeelt de rechtbank dat het beroep van eisers niet voldoet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb, aangezien het beroep te vroeg is ingediend, namelijk vóór het verstrijken van de wettelijk voorgeschreven termijn van twee weken. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
9.
Het beroep is, gelet op het voorgaande, niet-ontvankelijk.
10.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van T.H. Bos, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.