Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, is in bewaring gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, b en c van de Vreemdelingenwet vanwege het risico op onttrekking aan toezicht en het ontbreken van geldige reis- en identiteitsdocumenten.
Verweerder heeft tijdens de zitting enkele gronden laten vallen, maar de zware gronden 3a en 3d bleven gehandhaafd. Eiser betwistte onder meer dat hij Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen en dat zijn identiteit en nationaliteit al bekend waren via de Dublinoverdracht en eerdere visumverlening.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet beschikt over een geldig reisdocument en niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit, waardoor de zware gronden terecht zijn toegepast. De overige gronden zijn feitelijk juist en voldoende toegelicht.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring noodzakelijk is en niet onrechtmatig is toegepast. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.