ECLI:NL:RBDHA:2025:10761
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak Dublin-verordening verblijfsvergunning
De minister van Asiel en Migratie heeft op 15 april 2025 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
Bij een gelijktijdige uitspraak (zaaknummer NL25.17849) is het beroep ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig is. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en is gepubliceerd op 19 juni 2025. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.