Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit van 8 september 2024 waarin is bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een verblijfsdocument EU/EER. Tevens heeft hij verzocht om een voorlopige voorziening om de uitzetting naar Turkije te voorkomen.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek zonder zitting en stelt vast dat verzoeker niet concreet aangeeft welke voorlopige voorziening wordt gevraagd, maar dat het verzoek moet worden opgevat als opschorting van het terugkeerplichtbesluit. Verzoeker beroept zich op het associatierecht tussen de EU en Turkije, maar onderbouwt dit niet en maakt geen gebruik van de gelegenheid om zijn gronden aan te vullen.
Gezien het ontbreken van onderbouwing acht de voorzieningenrechter het verzoek kennelijk ongegrond en wijst dit af. Tevens verklaart de voorzieningenrechter het bezwaar ongegrond op grond van artikel 78 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat geen twijfel bestaat over de uitkomst van het bezwaar. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en bezwaar tegen weigering verblijfsdocument EU/EER wordt ongegrond verklaard.