Eiseres, een minderjarige uit Sierra Leone, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor verblijf als familie- of gezinslid bij haar vader, de referent. De aanvraag werd afgewezen omdat het ouderlijk gezag niet was aangetoond en er geen sprake was van hechte persoonlijke banden. De rechtbank oordeelde dat het door de referent overgelegde document onvoldoende gelegaliseerd was en dat de stellingen over het ouderlijk gezag niet voldoende waren onderbouwd.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat ondanks het contact via Whatsapp en financiële ondersteuning, er geen bewijs was van hechte persoonlijke banden tussen eiseres en haar vader, mede omdat zij nooit samenwoonden en de vader geen opvoedtaken verricht. Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag werd daarom ongegrond verklaard.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens te late beslissing op het bezwaar. De rechtbank bepaalde tevens dat het griffierecht aan eiseres moet worden vergoed.