ECLI:NL:RBDHA:2025:10816
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging opvang asielzoeker met reguliere verblijfsvergunning en voldoende inkomen
Eiser, geboren in 1995, diende in november 2022 een asielaanvraag in en verbleef sindsdien in opvang. Vanaf maart 2024 werkt hij als accounting and reporting specialist bij Ikea met een bruto maandsalaris ruim boven het bijstandsniveau. In januari 2025 kreeg hij een reguliere verblijfsvergunning als kennismigrant.
Het COa besloot de opvang en verstrekkingen per 21 maart 2025 te beëindigen omdat eiser voldoende middelen van bestaan heeft en passende huisvesting buiten de opvang kan regelen. Eiser stelde dat hij vanwege de krappe woningmarkt en gebrek aan netwerk niet zelfstandig woonruimte kan vinden en dat het COa onvoldoende belangenafweging maakte.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het COa terecht het toepassingsbereik van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) toepast en dat eiser niet langer tot de doelgroep behoort. Het inkomen van eiser ligt ruim boven het normbedrag en hij beschikt over een reguliere verblijfsvergunning. Het COa heeft geen beleidsvrijheid om opvang te blijven bieden als passende huisvesting mogelijk is.
De stelling van eiser dat het COa een belangenafweging had moeten maken, faalde omdat het COa de financiële zelfstandigheid van eiser en het tekort aan opvangplaatsen meeweegt. Het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen beëindiging van opvang wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.