Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op zijn nareisaanvraag. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een termijn van acht weken werd gesteld waarbinnen de minister moest beslissen. Deze termijn is inmiddels verstreken zonder dat de minister een besluit heeft genomen.
De rechtbank wijst het verzoek van de minister om het beroep aan te houden af, omdat dit de prikkel tot voortvarend beslissen wegneemt. Hoewel eiser geen ingebrekestelling had gestuurd, is het beroep ontvankelijk vanwege de uitdrukkelijke termijn in de eerdere uitspraak. De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is en draagt de minister op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 250,- per dag met een maximum van € 37.500,- voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt. Ook wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak is gedaan door rechter O. Veldman en griffier A.W. van Eerden en is uitgesproken op 18 juni 2025.