ECLI:NL:RBDHA:2025:10839

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juni 2025
Publicatiedatum
20 juni 2025
Zaaknummer
NL24.49146
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 3:46 AwbArt. 30c VwArt. 45 VwVreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging terugkeerbesluit wegens schending zorgvuldigheids- en motiveringsvereiste en non-refoulement

De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van 3 december 2024 waarbij zijn asielaanvraag buiten behandeling werd gesteld en een terugkeerbesluit werd opgelegd. Hoewel de buitenbehandelingstelling niet werd aangevochten, richtte het beroep zich op het terugkeerbesluit.

De rechtbank oordeelde dat eiser ondanks zijn verblijf in Polen procesbelang heeft om het terugkeerbesluit aan te vechten, aangezien het besluit geldt voor de gehele EU en eiser contact onderhoudt met zijn vader in Nederland. De rechtbank stelde vast dat het terugkeerbesluit niet zorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd, met name omdat verweerder het beginsel van non-refoulement niet heeft getoetst, zoals vereist volgens het Ararat-arrest.

Gelet op deze tekortkomingen vernietigde de rechtbank het gehele besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt vernietigd wegens schending van zorgvuldigheids- en motiveringsvereisten en onvoldoende toetsing van het non-refoulementbeginsel; verweerder moet een nieuw besluit nemen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.49146
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. M.H. Steenbergen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).

Inleiding

Verweerder heeft met het besluit van 3 december 2024 (bestreden besluit) de asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld. Verweerder heeft daarbij ook een terugkeerbesluit aan eiser opgelegd. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 18 juni 2025 in Breda op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder. Verder zijn op de zitting verschenen de vader van eiser, [persoon 1] , en [persoon 2] als tolk.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

1. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit omdat dit is genomen in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsvereiste, neergelegd in artikel 3:2 respectievelijk Pro artikel 3:46 van Pro de Awb. [1]
2. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Overwegingen

3. Verweerder heeft ter zitting zich op het standpunt gesteld dat eiser geen procesbelang meer heeft omdat hij al geruime tijd buiten Nederland verblijft. De rechtbank volgt verweerder daarin niet. Wat bekend is over het verblijf van eiser is dat hij in Polen verblijft bij zijn zieke moeder. Verweerder heeft aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd en dat besluit geldt voor de hele Europese Unie. Uiteraard heeft eiser een procesbelang om dat besluit aan te vechten, ook als hij feitelijk in Polen verblijft. Daar komt nog bij dat eiser regelmatig contact heeft met zijn vader in Nederland en zo op de hoogte blijft van het ingestelde beroep in deze zaak. Het beroep is ontvankelijk.
4. Het bestreden besluit bevat twee elementen: de buitenbehandelingstelling van de aanvraag en het terugkeerbesluit. De buitenbehandelingstelling van de aanvraag is niet aangevochten. Het beroep is uitsluitend gericht tegen het terugkeerbesluit.
5. Eiser heeft ter zitting aanvullend op zijn beroepsgronden gewezen op het Ararat-arrest. [2] Uit punt 35 van dat arrest volgt dat verweerder verplicht is om in alle fasen van de terugkeerprocedure, ongeacht de redenen die aan de situatie van illegaal verblijf van de derdelander ten grondslag liggen, het beginsel van non-refoulement dient te eerbiedigen. De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit daarover geen motivering bevat. Verweerder stelt dat hij vanwege de buitenbehandelingstelling van de aanvraag niet gehouden is om aan het beginsel van non-refoulement te toetsen, maar dat volgt de rechtbank niet. Het arrest bevat daarvoor geen concrete aanknopingspunten. Er is tegen eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd en het had op de weg van verweerder gelegen om te onderzoeken of het beginsel van non-refoulement zich verzet tegen de uitvoering van het terugkeerbesluit. Dat is niet gebeurd.
6. Het beroep is gegrond omdat het terugkeerbesluit niet zorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank kan niet alleen het terugkeerbesluit vernietigen, en zal daarom het gehele besluit vernietigen. Dat volgt uit artikel 30c, derde lid, in samenhang met artikel 45, eerste lid, van de Vw. [3] De rechtbank bepaalt dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
7. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814 omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
8. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 3 december 2024;
- draagt verweerder op om een nieuw besluit te nemen;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814 aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop dit proces-verbaal is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Arrest van het Hof van Justitie van 17 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:892.
3.Vreemdelingenwet 2000.