ECLI:NL:RBDHA:2025:10840
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek naturalisatie wegens ontbreken feitelijke samenwoning met Nederlandse echtgenoot
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht op 4 april 2023 om naturalisatie. Haar verzoek werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat niet was aangetoond dat zij sinds minimaal drie jaar voorafgaand aan het verzoek feitelijk samenwoonde met haar Nederlandse echtgenoot. Hoewel zij sinds 2004 getrouwd zijn en samen drie kinderen hebben, wonen zij sinds 2015 feitelijk apart vanwege psychiatrische problemen van de echtgenoot.
De rechtbank overweegt dat de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) vereist dat samenwoning feitelijk op hetzelfde adres plaatsvindt. De uitleg van verweerder dat samenwoning alleen kan worden aangetoond door inschrijving op hetzelfde adres of andere bewijsstukken die dit bevestigen, wordt door de rechtbank gevolgd. De omstandigheden dat zij veel samen ondernemen en voor elkaar klaarstaan, leiden niet tot een ruimere interpretatie van samenwoning.
Eiseres deed een beroep op de hardheidsclausule en het evenredigheidsbeginsel, maar de rechtbank oordeelt dat de hardheidsclausule niet van toepassing is op de specifieke voorwaarde van samenwoning in artikel 8, tweede lid, RWN. Ook is de dwingende tekst van deze bepaling niet toetsbaar aan het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank acht het terecht dat verweerder eiseres en haar echtgenoot niet heeft gehoord in de bezwaarfase, omdat het horen geen ander besluit had kunnen opleveren.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de samenwoningseis.