Eiseres, een B.V. in staat van faillissement, voerde beroep aan tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2019 waarbij een afwaardering van €250.000 op SRXIO crypto-tokens niet werd erkend. De investering was door de dga van eiseres, [naam 3], gedaan via een overeenkomst met een buitenlandse vennootschap. Hoewel de betaling van een rekening van eiseres kwam en de tokens in de jaarrekening als belegging werden opgenomen, oordeelde de rechtbank dat de investering civielrechtelijk privé was gedaan door de dga.
De rechtbank stelde vast dat de dga de overeenkomst in privé had gesloten en dat er geen aanwijzingen waren dat hij als bestuurder of in opdracht van eiseres handelde. De betaling vanuit de rekening van eiseres kwalificeerde als een verkapte winstuitdeling aan de dga. De boekhoudkundige verwerking van de tokens leidde niet tot een ander oordeel, mede omdat al begin 2019 duidelijk was dat de investering waardeloos was.
De rechtbank verwierp het beroep en oordeelde dat de aanslag niet te hoog was opgelegd. Ook de belastingrente was terecht in rekening gebracht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.