ECLI:NL:RBDHA:2025:1090
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen niet tijdig beslissen UWV
Verzoekster stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen van het UWV op haar bezwaar. Nadat het UWV op 12 december 2024 alsnog een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het UWV met het alsnog nemen van het besluit inderdaad aan het beroep tegemoet was gekomen, conform vaste rechtspraak en artikel 8:75a Awb. Echter, omdat verzoekster niet door een beroepsmatig rechtsbijstandverlener werd bijgestaan en geen proceskosten waren gemaakt die voor vergoeding in aanmerking kwamen, wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Wel werd bevestigd dat het UWV verplicht is het betaalde griffierecht van verzoekster te vergoeden, hetgeen het UWV reeds had toegezegd. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 24 januari 2025 door rechter D.R. van der Meer.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, maar het griffierecht moet worden vergoed.