ECLI:NL:RBDHA:2025:1091
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bestuursorgaan tot betaling proceskosten na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen
Verzoekster maakte bezwaar tegen een besluit van 5 maart 2024 en stelde het bestuursorgaan op 25 september 2024 in gebreke wegens het niet tijdig nemen van een beslissing. Vervolgens stelde zij beroep in tegen het uitblijven van een besluit. Het bestuursorgaan nam alsnog een beslissing op het bezwaar nadat verzoekster het beroep op 8 januari 2025 introk.
Verzoekster verzocht de rechtbank om het bestuursorgaan te veroordelen tot betaling van proceskosten. Het bestuursorgaan verzette zich hier niet tegen. De rechtbank oordeelde dat het bestuursorgaan geheel tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog een beslissing te nemen, waardoor een proceskostenveroordeling op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) terecht is.
De rechtbank wees het verzoek toe en legde het bestuursorgaan op om €453,50 aan proceskosten te betalen, gebaseerd op een vast bedrag per proceshandeling en een factor 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak. Tevens wees de rechtbank erop dat het bestuursorgaan het griffierecht van €51,- aan verzoekster moet vergoeden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 28 januari 2025.
Uitkomst: Het bestuursorgaan is veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep wegens het alsnog nemen van een beslissing.