ECLI:NL:RBDHA:2025:10940

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 juni 2025
Publicatiedatum
23 juni 2025
Zaaknummer
NL25.17873
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H. Hanssen - Telman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden en uitblijven reactie eiser in asielzaak

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin zijn asielaanvraag werd afgewezen als kennelijk ongegrond en een terugkeerbesluit werd opgelegd. Namens eiser trad een gemachtigde op, die zich later onttrok aan de zaak wegens gebrek aan contact met eiser.

De rechtbank heeft eiser meerdere malen de gelegenheid geboden om beroepsgronden in te dienen, waaronder een termijn tot 24 april 2025. Eiser heeft hier geen gehoor aan gegeven en is niet verschenen op de zitting van 3 juni 2025. Ook reageerde hij niet op aangetekende post van de rechtbank.

Omdat eiser geen beroepsgronden heeft ingediend ondanks de mogelijkheid daartoe en niet heeft gereageerd op oproepen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Hierdoor blijft het bestreden besluit van afwijzing van de asielaanvraag en het terugkeerbesluit in stand. Een inhoudelijke beoordeling van het besluit vindt niet plaats.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en uitblijven van reactie.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.17873

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

geboren op [datum],
van Marokkaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer],
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. D. Boer).

Procesverloop

1. Bij het bestreden besluit van 10 april 2025 heeft de minister de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond en een terugkeerbesluit opgelegd. Eiser is opgedragen om binnen vier weken terug te keren naar Marokko.
1.1.
Namens eiser is door mr. F. van Dijk beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ook is de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. [1]
1.2.
Partijen zijn uitgenodigd voor een behandeling van de zaak op zitting. Vervolgens heeft de gemachtigde van eiser zich brief van 16 mei 2025 onttrokken aan de zaak, omdat hij geen contact krijgt met eiser. De minister heeft op 27 mei 2025 bericht dat het COa niet is gebleken dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep samen met het verzoek op 3 juni 2025 op zitting aan de orde gesteld. Eiser is daar niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst.
1.4.
Bij brieven van 4 juni 2025 heeft de rechtbank partijen bericht dat een zitting achterwege blijft, tenzij een van hen beiden aangeeft op een zitting te willen worden gehoord. De brief aan eiser is per aangetekende post verzonden aan zijn laatst bekende adres. Eiser en de minister hebben hier niet op gereageerd.
1.5.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting, omdat partijen niet hebben aangegeven op een zitting te willen worden gehoord. [2] Het onderzoek is gesloten op 20 juni 2025.

Overwegingen

2. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, van de Awb [3] moet een beroepschrift gronden van het beroep bevatten. Op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb kan een beroep niet-ontvankelijk worden verklaard indien niet is voldaan aan dit vereiste, als de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
3. Het beroep van eiser bevat geen beroepsgronden. De gemachtigde van eiser is, voordat hij zich aan de zaak heeft onttrokken, op dit verzuim gewezen bij brief van 17 april 2025 en verzocht om uiterlijk op 24 april 2025 gronden in te dienen. De rechtbank heeft daarbij gewezen op de consequentie van het niet (tijdig) indienen van beroepsgronden, namelijk dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
4. Namens eiser is het verzuim niet hersteld. Zijn gemachtigde heeft zich na de termijn voor herstel aan de zaak van eiser onttrokken, omdat hij geen contact kreeg met hem. Eiser is niet op de zitting van 3 juni 205 verschenen en heeft niet gereageerd op de aangetekende brief van de rechtbank. De rechtbank overweegt dat het betrekken van rechtsbijstand en het onderhouden van contact met een gemachtigde voor rekening en risico van eiser komt.
5. Nu (de gemachtigde van) eiser daartoe in de gelegenheid is gesteld, maar hij geen gronden heeft ingediend, is de rechtbank van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. De rechtbank komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag van eiser in stand blijft en dat hij moet terugkeren naar Marokko.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, rechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend
binnen 1 weekna de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zaaknummer NL25.17874.
2.Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht maakt dit mogelijk.
3.De Algemene wet bestuursrecht.