ECLI:NL:RBDHA:2025:10943
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na niet-ontvankelijkheid samenhangend beroep
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 10 april 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond, met oplegging van een terugkeerbesluit. Hiertegen is beroep ingesteld en een voorlopige voorziening gevraagd.
Tijdens de procedure heeft de gemachtigde van verzoeker zich op 16 mei 2025 onttrokken wegens gebrek aan contact met verzoeker. Verzoeker is niet verschenen op de zitting van 3 juni 2025, waarna het onderzoek is geschorst. Nadien is aan partijen medegedeeld dat een zitting achterwege blijft tenzij zij hierom verzoeken, waarop geen reactie volgde.
De voorzieningenrechter heeft op 23 juni 2025 het samenhangende beroep niet-ontvankelijk verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep niet-ontvankelijk is verklaard.