ECLI:NL:RBDHA:2025:10965

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juni 2025
Publicatiedatum
23 juni 2025
Zaaknummer
NL25.10992
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • O. El Kadi
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 66a Vreemdelingenwet 2000Art. 8 EVRMArt. 4 KwalificatierichtlijnParagraaf A4/2.2 sub c Vreemdelingencirculaire 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid politieke overtuiging en geen gegronde vrees vervolging

Eiseres, met de Russische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister wees dit verzoek op 28 februari 2025 af als kennelijk ongegrond. Eiseres betwistte dit besluit en stelde dat de minister haar politieke overtuiging en de daaropvolgende activiteiten ten onrechte slechts deels geloofwaardig achtte en dat zij bij terugkeer naar Rusland wel degelijk vervolging te vrezen had. Tevens stelde zij dat het opgelegde inreisverbod onredelijk was.

De rechtbank behandelde het beroep op 7 mei 2025, waarbij eiseres en haar gemachtigde niet verschenen. De rechtbank oordeelde dat het besluit van de minister zorgvuldig en gemotiveerd tot stand was gekomen. De minister had het ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken betrokken bij de beoordeling en terecht geoordeeld dat eiseres niet als politieke activist kon worden aangemerkt. Haar verklaringen over politieke activiteiten waren vaag en onvoldoende onderbouwd met objectief bewijs.

Verder stelde de rechtbank vast dat eiseres geen gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Rusland had aangetoond, mede omdat de politieke partij waar zij bij betrokken zou zijn sinds 2023 niet meer bestaat. Het opgelegde inreisverbod was volgens de rechtbank terecht, gelet op het feit dat eiseres was aangehouden met een vals document en de aanvraag als kennelijk ongegrond was afgewezen.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Eiseres kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het opgelegde inreisverbod blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.10992

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , v-nummer: [nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. A.H. Hekman),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: [naam gemachtigde] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. [1] Eiseres is het hier niet mee eens en vindt dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en dat de minister ten onrechte de politieke overtuiging en de problemen van de daaropvolgende activiteiten maar deels geloofwaardig heeft geacht. Ook vindt zij dat de minister ten onrechte stelt dat zij bij terugkeer naar Rusland niet te vrezen heeft voor vervolging en dat er geen inreisverbod had mogen worden opgelegd.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit van de minister om de asielaanvraag af te wijzen als kennelijk ongegrond in stand kan blijven. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Inleiding

2. Met het bestreden besluit van 28 februari 2025 heeft de minister de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 7 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiseres en haar gemachtigde zijn met vooraankondiging niet verschenen.

Overwegingen

Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag – samengevat – ten grondslag dat zij de Russische nationaliteit heeft en dat zij een bepaalde politieke overtuiging heeft en problemen heeft ondervonden door de daaropvolgende activiteiten.
3.1.
Het asielrelaas bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- politieke overtuiging en daaropvolgende activiteiten.
3.2.
De minister acht het asielmotief identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Het asielmotief politieke overtuiging en daaropvolgende activiteiten acht de minister deels geloofwaardig. Daarbij is voor de minister van belang dat eiseres geen documenten of andere bewijsmiddelen ter onderbouwing van de gestelde gebeurtenissen heeft overlegd. De verklaringen van eiseres vormen volgens de minister deels geen samenhangend en aannemelijk geheel. Voor zover het asielmotief geloofwaardig is bevonden, levert dit volgens de minister bij terugkeer geen gegronde vrees voor vervolging of gevaar voor ernstige schade op.

Beoordeling

Is het besluit in strijd met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel tot stand gekomen?
4. Eiseres betoogt dat het besluit in strijd is met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel, omdat de minister ten onrechte het ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van 14 februari 2025 (ambtsbericht) niet heeft betrokken bij de beoordeling van het asielverzoek. Vanaf pagina 46 van het ambtsbericht wordt beschreven hoe activisten worden onderdrukt en bedreigd, en dat er een klimaat van angst wordt geschapen. De minister had dit op grond van artikel 4 van Pro de Kwalificatierichtlijn bij de beoordeling moeten betrekken in plaats van enkel het ontbreken van documenten en bewijzen tegen te werpen.
4.1.
De minister stelt zich ter zitting niet ten onrechte op het standpunt dat het ambtsbericht wel degelijk bij de beoordeling van de aanvraag is betrokken. De rechtbank stelt vast dat de minister in het voornemen heeft opgemerkt dat voor de Russische Federatie geldt dat politieke activisten als risicoprofiel worden aangemerkt en dat eiseres daar niet onder valt, omdat ze geen politieke activist is. De minister heeft, onder verwijzing naar de IB 2024/10 Werkwijze politieke overtuiging, gemotiveerd waarom eiseres niet als zodanig kan worden aangemerkt. De rechtbank kan eiseres niet volgen in haar betoog dat de minister het ambtsbericht niet zou hebben betrokken in de beoordeling van de aanvraag. Het besluit is naar het oordeel van de rechtbank niet in strijd met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel tot stand gekomen. Het betoog slaagt niet.
Acht de minister de politieke overtuiging en de daaropvolgende activiteiten van eiseres ten onrechte deels ongeloofwaardig?
5. Eiseres betoogt dat de minister ten onrechte stelt dat eiseres niet kan worden gezien als politieke activist. Volgens eiseres richt de minister zich enkel op het zoeken naar mogelijkheden om haar verklaringen als onvoldoende of ongeloofwaardig te bestempelen.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt stelt dat de politieke overtuiging en de daaropvolgende activiteiten maar deels geloofwaardig zijn. De minister volgt dat eiseres politieke standpunten heeft, maar volgt niet dat deze haar kwalificeren als politieke activist. De minister wijst er terecht op dat eiseres in mei 2021, via een Belgische partner die in Nederland verbleef, een verblijfsrecht in Nederland heeft gekregen. Op 1 januari 2023 passeert eiseres de Nederlandse grens, omdat zij een afspraak had met een vriend om naar een restaurant in Maastricht te gaan [2] , en wordt zij aangehouden. Zij blijkt dan in het bezit te zijn van een vals document. Eiseres verzoekt dan om internationale bescherming. De minister stelt terecht dat uit de verklaringen van eiseres blijkt dat zij in eerste instantie helemaal geen asiel wilde aanvragen in Nederland. Uit het proces-verbaal van gehoor, blijkt dat de reden waarom eiseres Rusland in 2021 heeft verlaten is dat zij een man heeft leren kennen, dat zij deze man in België heeft bezocht en dat zij toen een relatie kregen [3] , en dus niet omdat het vanwege de politieke activiteiten onveilig voor haar zou zijn in Rusland. In het aanmeldgehoor verklaart zij onder andere dat zij ook niet de bedoeling had om asiel aan te vragen in Nederland [4] en dat zij Rusland heeft verlaten om zichzelf verder te ontwikkelen. [5]
5.2.
Eiseres verklaart in het nader gehoor voor het eerst over politieke activiteiten. De minister stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat de verklaringen hierover vaag en summier zijn. Wanneer eiseres zou hebben deelgenomen aan een demonstratie mag van haar worden verwacht dat ze daarover uitgebreider en gedetailleerder kan verklaren. Zij stelt tijdens demonstraties aangesproken te zijn door de politie, maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat hierdoor sprake is van reële angst voor vervolging bij terugkeer. Ook geeft zij vanwege vertrouwelijkheid en angst diverse keren geen antwoord op vragen wat zij concreet voor politieke activiteiten deed. De minister stelt niet ten onrechte dat angst geen geldige reden is om geen inzicht te geven in de mate van betrokkenheid bij de politieke partij en activiteiten. Zij heeft ook niet aangetoond dat de angst gegrond en verifieerbaar is, bijvoorbeeld dat het bewaren van bewijs daadwerkelijk een dreiging voor haar vormt. Ook stelt zij geen bewijzen te kunnen leveren van deelname aan politieke activiteiten omdat deze buiten haar macht om zijn verwijderd. De minister stelt terecht dat dit eiseres niet ontslaat van de verplichting om met objectieve gegevens aan te tonen dat zij daadwerkelijk betrokken is geweest bij politieke activiteiten. De minister stelt zich ook niet ten onrechte op het standpunt dat het niet in eiseres haar voordeel spreekt dat zij in eerste instantie de naam van de politieke partij en de website niet meer wist. [6] Het betoog slaagt niet.
Acht de minister ten onrechte dat eiseres bij terugkeer naar Rusland niet te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade?
6. Eiseres betoogt dat zij wel te vrezen heeft voor vervolging. Zij stelt dat politieke activisten worden onderdrukt, bedreigd en dat er een klimaat van angst wordt geschapen. Daarmee is sprake van een gegronde vrees voor vervolging dan wel een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Rusland.
6.1.
De minister stelt zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt dat eiseres haar stelling niet heeft onderbouwd en daarmee niet aannemelijk heeft gemaakt dat er bij terugkeer een gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade is. Eiseres is niet aan te merken als politieke activist en behoort daardoor niet tot het risicoprofiel. De betrokkenheid bij een partij en de activiteiten die eiseres in Rusland zou hebben verricht zijn niet ten onrechte maar deels geloofwaardig geacht, hierdoor wordt niet ingezien dat zij te vrezen heeft vanwege politieke activiteiten in Rusland. De genoemde partij bestaat ook al sinds 2023 niet meer, dus ook op dit moment verricht zij geen politieke activiteiten voor de partij en draagt zij hier geen verantwoordelijkheid voor. De minister acht, gezien de eerder afgelegde verklaringen over waarom eiseres Rusland heeft verlaten, terecht onaannemelijk dat zij gezocht wordt door de Russische autoriteiten. Zij loopt bij terugkeer naar Rusland daarom geen gegronde vrees voor vervolging en geen reëel risico op ernstige schade. Dat eiseres uit Rusland komt is op zichzelf niet genoeg om een risico op vervolging of ernstige schade aan te nemen. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten onrechte stelt dat eiseres bij terugkeer niet te vrezen heeft.
Heeft de minister ten onrechte een inreisverbod opgelegd?
7. Eiseres betoogt dat het opgelegde inreisverbod onredelijk en disproportioneel is. Zij heeft aangegeven belang te hebben bij het kunnen inreizen in het
Schengengebied nu zij een arbeidsmigrant is. Dat zij in Nederland is aangehouden met een vals verblijfsdocument kan haar niet worden tegengeworpen nu zij consistent heeft verklaard dat ze dit document heeft aangevraagd en tegen betaling heeft verkregen, in de veronderstelling dat dit een authentiek document is. Eiseres stelt dat de strafzaak in deze kwestie nog niet is afgerond en dat daarop geen voorschot kan worden genomen. Deze omstandigheid kan volgens eiseres dan ook niet aan het inreisverbod ten grondslag worden gelegd.
7.1.
De minister stelt zich terecht op het standpunt dat het opleggen van een inreisverbod volgt uit artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, nu de aanvraag van eiseres is afgewezen als kennelijk ongegrond. De minister kan hier om humanitaire redenen van afzien [7] en vaardigt geen inreisverbod uit wanneer dit in strijd zou zijn met artikel 8 van Pro het EVRM. [8] Eiseres heeft niet met objectieve gegevens onderbouwd dat zij een arbeidsmigrant is. Eiseres is aangehouden met een vals bevonden Pools verblijfsdocument. De rechtbank kan eiseres niet volgen in haar stelling dat haar dat niet kan worden tegengeworpen. De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank terecht een inreisverbod opgelegd.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen gelijk en geen proceskostenvergoeding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. O. El Kadi, rechter, in aanwezigheid van mr. C.G.H. van der Holst, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
2.Proces-verbaal van gehoor van 9 januari 2023, pagina 2.
3.Proces- verbaal van gehoor van 9 januari 2023, pagina 2.
4.Rapport aanmeldgehoor van 20 januari 2023, pagina 3.
5.Rapport aanmeldgehoor van 20 januari 2023, pagina 15.
6.Verslag nader gehoor van 24 februari 2025, pagina 11 en 14.
7.Zie artikel 66a, achtste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
8.Zie paragraaf A4/2.2, sub c, van de Vreemdelingencirculaire 2000.