ECLI:NL:RBDHA:2025:10965
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O. El Kadi
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid politieke overtuiging en geen gegronde vrees vervolging
Eiseres, met de Russische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister wees dit verzoek op 28 februari 2025 af als kennelijk ongegrond. Eiseres betwistte dit besluit en stelde dat de minister haar politieke overtuiging en de daaropvolgende activiteiten ten onrechte slechts deels geloofwaardig achtte en dat zij bij terugkeer naar Rusland wel degelijk vervolging te vrezen had. Tevens stelde zij dat het opgelegde inreisverbod onredelijk was.
De rechtbank behandelde het beroep op 7 mei 2025, waarbij eiseres en haar gemachtigde niet verschenen. De rechtbank oordeelde dat het besluit van de minister zorgvuldig en gemotiveerd tot stand was gekomen. De minister had het ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken betrokken bij de beoordeling en terecht geoordeeld dat eiseres niet als politieke activist kon worden aangemerkt. Haar verklaringen over politieke activiteiten waren vaag en onvoldoende onderbouwd met objectief bewijs.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiseres geen gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Rusland had aangetoond, mede omdat de politieke partij waar zij bij betrokken zou zijn sinds 2023 niet meer bestaat. Het opgelegde inreisverbod was volgens de rechtbank terecht, gelet op het feit dat eiseres was aangehouden met een vals document en de aanvraag als kennelijk ongegrond was afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Eiseres kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het opgelegde inreisverbod blijft in stand.