ECLI:NL:RBDHA:2025:10970

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juni 2025
Publicatiedatum
23 juni 2025
Zaaknummer
NL25.15626
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.M. Emaus Visschers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 DublinverordeningArt. 3 EVRMArt. 30 lid 1 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 14 mei 2025 behandeld en beoordeelt of het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Spanje nog geldt en of artikel 17 van Pro de Dublinverordening toepassing vindt.

Eiser stelde dat Spanje niet langer betrouwbaar is vanwege gebrekkige opvangvoorzieningen, pushbacks en een lopende inbreukprocedure van de Europese Commissie. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak die bevestigen dat het vertrouwensbeginsel voor Spanje blijft gelden. Het AIDA-rapport toont problemen, maar geen structurele tekortkomingen die zwaarwegend zijn volgens artikel 3 EVRM Pro.

Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de minister terecht heeft besloten de aanvraag niet op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro te behandelen, omdat de individuele omstandigheden van eiser onvoldoende zwaarwegend zijn om af te wijken van het vertrouwensbeginsel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.15626

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. J. Burema),
en

de minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: mr. R.M. Koning).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 2 april 2025 niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 14 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1] In dit geval heeft Nederland bij Spanje een verzoek om overname gedaan. Spanje heeft dit verzoek op 13 januari 2025 aanvaard.
Mag de minister voor Spanje uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel?5. Eiser voert aan dat voor Spanje niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De Spaanse asielprocedure en opvangvoorzieningen zijn gebrekkig. Uit het AIDA-rapport ‘Country Report: Spain. 2023 Update’ (AIDA-rapport) volgt dat mensen die op grond van de Dublinverordening zijn teruggekeerd dakloos zijn geworden door een tekort aan opvangvoorzieningen voor asielzoekers in Spanje. Eiser heeft deze problemen zelf ook ondervonden. Hij is namelijk zes keer het slachtoffer geweest van pushbacks naar Marokko door de Spaanse autoriteiten. [2] Tot slot wijst eiser op de inbreukprocedure die de Europese Commissie in januari 2023 heeft ingesteld tegen Spanje, vanwege het niet voldoen aan de Europese normen voor opvang. Hoewel deze inbreukprocedure nog niet is afgerond, tekent dit wel de ernst van de situatie in Spanje en alleen al om die reden had de minister nader onderzoek moeten doen.
5.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister mag voor Spanje uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft in haar uitspraak van 27 juli 2023 geoordeeld dat de minister voor Spanje van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. [3] Dit heeft de Afdeling in haar uitspraak van 24 juni 2024 nogmaals bevestigd. [4] Uit het AIDA-rapport volgt weliswaar dat er problemen zijn met de toegang tot de asielprocedure, maar niet dat deze zodanig zijn dat er sprake is van structurele tekortkomingen die de hoge drempel van zwaarwegendheid van artikel 3 van Pro het EVRM bereiken. De Afdeling is in de uitspraak van 24 juni 2024 ingegaan op de opvangomstandigheden in Spanje en heeft onder andere geoordeeld dat het AIDA-rapport geen wezenlijk ander beeld schetst van de situatie in Spanje voor Dublinclaimanten dan de informatie waar de Afdeling eerder al over heeft geoordeeld. Er is daarom geen reden voor het oordeel dat ten aanzien van Spanje niet langer uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Bovendien heeft Spanje het verzoek om overname van eiser geaccepteerd en garandeert hiermee dat zijn aanvraag in behandeling wordt genomen volgens internationale verplichtingen. Verder heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat vreemdelingen die in het kader van de Dublinverordening worden overgedragen aan Spanje te maken zullen krijgen met pushbacks. Ook blijkt uit het AIDA-rapport niet dat Dublinclaimanten te maken krijgen met pushbacks als zij terugkeren naar Spanje.
Dat de Europese Commissie een inbreukprocedure tegen Spanje is gestart wegens het niet volledig conform de Opvangrichtlijn omzetten van alle bepalingen van deze richtlijn, leidt niet tot een ander oordeel. Het starten van deze procedure is op zichzelf onvoldoende om aan te tonen dat Spanje structurele tekortkomingen heeft in de opvangvoorzieningen. Bovendien heeft eiser niet toegelicht welke Unierechtelijke normen niet zijn nageleefd en hoe dit de Spaanse opvangvoorzieningen beïnvloedt. Daar komt bij dat de Europese Commissie de Spaanse autoriteiten de gelegenheid heeft gegeven om de gebrekkige implementatie van de Opvangrichtlijn te herstellen.
Had de minister eisers asielaanvraag moeten behandelen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening?
6. Eiser stelt dat de minister zijn asielaanvraag op basis van artikel 17 van Pro de Dublinverordening had moeten behandelen, omdat niet meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan. Bovendien zal eiser in Spanje opnieuw in onmenselijke omstandigheden terechtkomen (leven op straat, geen opvang krijgen), terwijl hij in Nederland een zelfstandig leven kan opbouwen.
6.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de door eiser geschetste omstandigheden geen aanleiding vormen om de asielaanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening onverplicht in behandeling te nemen en dat de minister dit voldoende heeft gemotiveerd. De rechtbank overweegt hiertoe dat de Afdeling in haar uitspraak van 25 februari 2025 [5] heeft verduidelijkt dat als de minister de individuele omstandigheden waar de vreemdeling zich op heeft beroepen al heeft betrokken bij de beoordeling van de vraag of er van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan, dit in beginsel ook een deugdelijke motivering is waarom de minister zijn discretionaire bevoegdheid niet gebruikt. Zoals de rechtbank onder 5.1 heeft geoordeeld mag voor Spanje van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden uitgegaan. Eiser heeft verder geen specifieke omstandigheden genoemd die rechtvaardigen dat hij niet naar Spanje kan worden overgedragen omdat dat van onevenredige hardheid zou zijn. Eisers betoog dat hij in Spanje in onmenselijke omstandigheden terechtkomt is hiertoe onvoldoende, omdat hij niet heeft onderbouwd dat hij daar als Dublinclaimant voor te vrezen heeft (zie ook onder 5.1).

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de minister de asielaanvraag van eiser terecht niet in behandeling heeft genomen omdat Spanje hiervoor verantwoordelijk is. Eiser krijgt dus geen gelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus Visschers, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.M. Hampsink, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
2.Gehoor aanmeldfase, pagina 6.
3.ABRvS 27 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2880.
4.ABRvS 24 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2548
5.ABRvS 25 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:717.