Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van 12 juni 2025 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen omdat Spanje verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling.
Het verzoek tot voorlopige voorziening hield in dat verzoeker niet zou worden overgedragen voordat op het beroep tegen het besluit was beslist. De voorzieningenrechter heeft het verzoek buiten zitting beoordeeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Op de dag van uitspraak is het onderliggende beroep met nummer NL25.26229 reeds afgedaan, waardoor de voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is. Om die reden is het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 23 juni 2025 door voorzieningenrechter K.M. de Jager en griffier A.S. Hamans. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep reeds is afgedaan.