ECLI:NL:RBDHA:2025:10978

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 juni 2025
Publicatiedatum
23 juni 2025
Zaaknummer
NL25.26230
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van 12 juni 2025 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen omdat Spanje verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling.

Het verzoek tot voorlopige voorziening hield in dat verzoeker niet zou worden overgedragen voordat op het beroep tegen het besluit was beslist. De voorzieningenrechter heeft het verzoek buiten zitting beoordeeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Op de dag van uitspraak is het onderliggende beroep met nummer NL25.26229 reeds afgedaan, waardoor de voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is. Om die reden is het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan op 23 juni 2025 door voorzieningenrechter K.M. de Jager en griffier A.S. Hamans. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep reeds is afgedaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.26230

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

In het besluit van 12 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen omdat Spanje daarvoor verantwoordelijk is.
Verzoeker heeft beroep (NL25.26229) ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die inhoudt dat hij niet wordt overgedragen voordat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. In de uitspraak van vandaag in de zaak met nummer NL25.26229 is het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft, afgedaan. Daarom is er geen voorlopige voorziening meer nodig. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 23 juni 2025 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.